Christus vs Het Beest

De eerste christenen werden niet primair herkend aan een etiket zoals Jood, Griek of Heiden, maar aan een levenswijze. Hun doop markeerde niet de toetreding tot een etnisch of cultureel afgebakende groep, maar de inlijving in de relationele werkelijkheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Juist daardoor konden mensen uit alle volken, talen en culturen samen één lichaam vormen zonder hun afkomst te hoeven ontkennen. De eenheid lag niet in gelijkvormigheid, maar in deelname aan dezelfde goddelijke liefde en dezelfde Weg. De gemeente is dus niet een volk naast de volken, maar een volk uit de volken (Openb. 5:9), waarin de scheidsmuren worden afgebroken (Ef. 2:14-22). Dit sluit aan bij het bredere getuigenis van het Nieuwe Testament over discipelschap, gemeenschap en de afbraak van etnische scheidsmuren in Christus.

De gemeente van Christus wordt herkend aan haar levenswijze; het antichristelijke rijk wordt herkend aan zijn etiket. Waar Christus mensen doopt in de Naam – de levende gemeenschap van Vader, Zoon en Heilige Geest – doopt de antichrist in een identiteit die door de groep wordt verleend. Niet de liefde bepaalt wie erbij hoort, maar het label. Niet de weg die men gaat, maar de naam die men draagt. Daarom sluit het rijk van Christus niemand uit op grond van afkomst, taal of volk. Integendeel, het verzamelt mensen uit alle volken, talen en naties tot één lichaam, zonder hun door God gegeven verscheidenheid uit te wissen. Hun eenheid is relationeel: zij delen in dezelfde liefde, dezelfde Geest en dezelfde Heer.

Het antichristelijke patroon werkt omgekeerd. Daar wordt eenheid gezocht in uniformiteit. Afwijking wordt als bedreiging ervaren. De eigen groepsidentiteit wordt absoluut gemaakt. Wie wil behoren, moet zijn eigen geschiedenis, cultuur of persoonlijkheid ondergeschikt maken aan het collectieve etiket. De gemeenschap wordt niet gedragen door wederzijdse liefde, maar door conformiteit. Waar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest elkaar ruimte geven in volmaakte liefde, eist het antichristelijke systeem versmelting. Waar Christus vrijheid schept om elkaar in verscheidenheid lief te hebben, verlangt het systeem gelijkvormigheid. Waar de Geest gaven uitdeelt aan velen, concentreert het systeem macht in één centrum. Waar Christus voeten wast, verlangt het systeem onderwerping.

Daarom is de vrucht ook tegenovergesteld. De weg van Christus brengt mensen ertoe elkaar te dienen, de vreemdeling op te nemen en de ander hoger te achten dan zichzelf. Het antichristelijke patroon brengt mensen ertoe hun identiteit te ontlenen aan wie er niet bij hoort, aan grenzen, vijandbeelden en uitsluiting. De gemeenschap bestaat niet dankzij de liefde, maar dankzij de gezamenlijke afwijzing van de ander. 

Dit brengt ons bij Openbaring 13. Daar ontvangen mensen het merkteken van het beest. Dat merkteken functioneert als zichtbaar teken van loyaliteit aan een macht die economische en maatschappelijke deelname controleert. Daartegenover staat in Openbaring 7 en 14 het zegel van God op Zijn volk. Opvallend is dat Gods zegel niet bedoeld is om anderen uit te sluiten, maar om mensen te bewaren in hun trouw aan Christus. Het beest gebruikt een teken om te beheersen; God verzegelt om te beschermen. Wil je Christus volgen, ga dan in Zijn weg van de liefde.