Welkom bij Farzandeli

Farzandeli wil gelovigen toerusten voor Gods Koninkrijk door middel van onderzoek, publicatie en onderwijs vanuit post-koloniale Bijbelse exegese.

 

Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft.

De Heer laat zich kennen als Bevrijder die uit het slavensysteem leidt. Zo'n wereld heeft Hij niet voor ogen en daarom verzet Hij zich ertegen. Hij heeft onderdrukten met sterke hand eruit bevrijdt zonder aanziens des persoons. Niet alleen de Israëlieten uit Egypte, maar ook de Filistijnen uit Kaftor en de Syriërs uit Kir (Amos 9:7). Ook als de ooit onderdukten Israëlieten zelf verworden tot onderdrukkers verzet Hij zich ertegen: Hij leidt de onderdrukker in ballingschap en bevrijdt hij het land opdat het zijn rustjaren vergoed kreeg (2 Kron. 36:20-21).

 

De Schrift leert dat verlossing niet losgemaakt mag worden van herinnering. Israël moest voortdurend terugdenken aan het slavenhuis, niet om in slachtoffer-denken te blijven zitten, maar om het beloofde land te verstaan als het tegenovergestelde van Egypte. Het Bijbelse Egypte fungeert als het anti-land, het anti-rijk, een maatschappij van onderdrukking, dwangarbeid en de-humanisering. Hetzelfde geldt voor Babylon, Rome en andere koloniale rijken; zij dienen als negatief spiegelbeeld van Gods Koninkrijk. Israël moest daarom liturgisch, maatschappelijk en moreel blijven herinneren. In gehoorzaamheid hieraan proberen wij ook een herinneringscultuur in stand te houden.

 

  • Exodus 13:3
    “Gedenk deze dag… want met sterke hand heeft de HEERE u uit Egypte uitgeleid.”

  • Deuteronomium 5:15
    “Gedenk dat u slaaf geweest bent in het land Egypte… daarom gebiedt de HEERE u de sabbatdag te houden.”

  • Deuteronomium 15:15
    “Gij zult gedenken dat gij slaaf geweest zijt… daarom gebied Ik u dit heden.”

  • Deuteronomium 16:12
    “Gedenk dat gij slaaf geweest zijt in Egypte; onderhoud daarom deze verordeningen.”

  • Deuteronomium 24:18
    “Gedenk dat gij slaaf geweest zijt in Egypte en dat de HEERE u vandaar heeft verlost.”

  • Deuteronomium 24:22
    “Gedenk dat gij slaaf geweest zijt… daarom gebied Ik u deze zaak te doen.”


Elke keer wanneer sociale rechtvaardigheid wordt geboden (zorg voor armen, vreemdelingen, weduwen), wordt herinnering aan Egypte als motivatie toegevoegd. Egypte staat op deze manier model voor wat het beloofde land niet is:

  • Deuteronomium 6:21, 23
    “Wij waren slaven van de farao… maar Hij leidde ons uit… om ons te brengen in dit land.”

  • Deuteronomium 17:16
    De koning mag niet terugkeren naar Egypte — symbolisch: niet terug naar het systeem van onderdrukking.

  • Leviticus 18:3
    “U mag niet doen naar de daden van het land Egypte waarin u gewoond hebt.”
    → Egypte dient als ethische antithese.

  • Leviticus 26:13
    “Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypte heeft uitgevoerd… en uw juk heb doen wegbreken.” 


Ook sociale wetgeving wordt direct gekoppeld aan de herinnering van het slavernijverleden:

  • Exodus 22:21
    “Vreemdelingen zult u niet uitbuiten… want u bent zelf vreemdelingen in Egypte geweest.”

  • Exodus 23:9
    “Onderdrukt de vreemdeling niet… want u kent het gemoed van een vreemdeling, omdat u vreemdelingen bent geweest in Egypte.”

  • Leviticus 19:34
    “De vreemdeling… gij zult hem liefhebben als uzelf; want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypte.”


De liturgische momenten zijn eveneens zo ingericht, niet om zomaar een ritueel te doen, maar als pedagogisch middel:

  • Pesach: Exodus 12:24–27: de maaltijd dient als jaarlijks herinneringsritueel.

  • Feest van de Ongezuurde Broden: Deut. 16:3: “opdat gij zult gedenken de dag dat gij uit Egypte gingt.”

  • Bekentenis bij de eerstelingen: Deut. 26:5–9: de aanbidder belijdt liturgisch de geschiedenis: “Mijn vader was een zwervende Arameeër…” → eindigend bij de verlossing uit Egypte.


Ook de profeten riepen de herinnering steeds opnieuw op:

  • Amos 2:10
    “Ik heb u uit Egypte doen optrekken…”

  • Hosea 11:1
    “Uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.”

  • Micha 6:4
    “Ik hebt u uit Egypte geleid…”

  • Jeremia 11:4
    “Ik heb hen uit Egypte geleid, uit de ijzeroven.


Het Koninkrijk van God gaat alleen vooruit als van het slavernijverleden geleerd kan worden.

1. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

De Heer grijpt dus in: geen loyaliteit meer aan de goden van Eypte (Ex.12:12), in het bijzonder niet aan het staatshoofd Farao die de hoogste macht claimt. Dat imperium bracht ontbering, ellende, gebrokenheid en slavernij van 'buitenstaanders'. Maar de Heer schiep ieder mens naar zijn evenbeeld: heerlijk, zalig, volmaakt en met heerschappij over de aarde - wees dus enkel loyaal aan Hem.

2. U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is.

De Heer wil geen materiele zichtbaarheidsdrang ten koste van anderen, maar nederige gerichtheid op het welzijn van de ander. Niet om door mensen gezien te worden, maar trouw in het verborgene, in het geven (Mat. 6:1–4), in het bidden (6:5–6) en in het vasten (6:16–18). Status en machtsgerichte levenspatronen hebben een sterke doorwerking in een voortgaande houding van hen die de Heer haten. 

3. U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.

Wees dus als de Heer, trouw in het verborgene, want aan ijdel gedrag mag Zijn naam niet verbonden worden. Zelfingenomenheid maakt inbreuk op het wezen van Gods karakter die schiep om zijn heerlijkheid met anderen te delen. Misbruik Zijn goede Naam niet om trots, hoogmoed en zelfingenomenheid te maskeren. Vals gebruik van zijn Naam leidt tot schuldzonde.

4. Neem de sabbatdag in acht om die te heiligen, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch ...

dochter, slaaf, slavin, rund, ezel of vreemdeling die binnen uw poorten is, opdat uw slaaf en slavin rusten zoals u. Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.

De Heer doet machtig werk om vrijheid, herstel en rust (Luk. 14:18-19). Hij rustte en wil niet alleen van die vijheid en vrede genieten, maar wil het ook voor Zijn schepping. Praktiseer het eens per week. Het Koninkrijk van God is dus wederom geen uiterlijke vertoning; het komt niet op waarneembare wijze. Het is onzichtbaar omdat het leeft binnen in u (Luk. 17:20-21). Niet door voortdurend te werken als slaafgemaakte om maar te eten en drinken, noch in zelfingenomenheid, maar een innerlijke staat van gerechtigheid, vrede en blijdschap in gemeenschap met de zowel de Heilige Geest (Rom. 14:17), als met anderen schepselen (uw zoon, dochter, slaaf, slavin, rund, ezel, vreemdeling, land). Van belang is dat ook ondergeschikten rusten als hun gezagdragers.

5. Eer uw vader en moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.

Eerbiediging van deze gezagsverhoudingen geeft een goede uitkomst. Dus niet alleen goedgezindheid naar hen over wie je gezeag uitoefent, maar ook eerbiediging van hen die gezag over je uitoefenen. Dat zal een toekomst opleveren, lang leven, voldoening, etc.

6. Gij zult niet doodslaan.

Zoals de Heer er alles voor over heeft om ons het zalige leven te geven, behoren ook wij het zalige leven voor anderen volledig na te streven - juist en vooral voor vreemdeling. Hij greep machtig in om ons vreemdelingen in Egypte uit doodzonde te leiden, waardoor ook wij niets liever voor medemensen willen.

7. Noch zult gij overspel plegen.

Beschrijf de service die je wilt vermelden. Of voel je vrij om de inhoud aan te passen met de werkelijke informatie die je wilt schrijven.

8. Noch zult gij stelen.

Schrijf een beschrijving voor deze subkop of wijzig deze naar wens.

9. Noch zult gij valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

10. Noch zult gij begeren de vrouw van uw naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, noch op zijn slaaf, noch op zijn slavin, noch op zijn rund, noch op zijn ezel, noch op iets wat van uw naaste is.

"De Bijbel is geen religieus advies, maar een testament:
levend, bindend en eeuwig geldig."

Rachaad Farzand Ali