Protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme
Volgens Max Weber heeft het protestantisme—met name het calvinisme van Johannes Calvijn—een beslissende bijdrage geleverd aan de vorming van de “geest van het kapitalisme”, doordat het een unieke combinatie van theologische overtuigingen en levenspraktijken voortbracht.
Centraal daarin staat de leer van de predestinatie: het geloof dat God van eeuwigheid heeft vastgesteld wie gered wordt. Deze leer bracht bij gelovigen een existentiële spanning teweeg: men kon zijn uitverkiezing niet verdienen, maar zocht wel naar innerlijke zekerheid. Volgens Weber leidde dit tot een levenshouding waarin men tekenen van Gods genade ging zoeken in een ordelijk, gedisciplineerd en moreel leven.
Binnen deze context kreeg het dagelijkse werk een nieuwe betekenis als goddelijke roeping (Beruf). Gelovigen werden aangespoord om hun beroep met toewijding, rationaliteit en volharding uit te oefenen, niet om rijk te worden op zichzelf, maar als uitdrukking van gehoorzaamheid aan God. Tegelijkertijd bevorderde de protestantse ascese een sobere levensstijl: luxe en consumptie werden vermeden.
Het resultaat van deze combinatie was dat mensen:
-
intensief en systematisch werkten
-
hun inkomsten niet verbruikten, maar opspaarden en herinvesteerden