Eric Williams corrigeert Weber. In zijn werk 'Capitalism and Slavery' laat hij zien dat dat de geschiedenis van kapitalisme niet verteld kan worden als alleen een verhaal over burgerlijke discipline en protestantse innerlijkheid. De Atlantische wereld van slavernij, plantages en koloniale dwang behoort óók tot de wording van het kapitalisme. Volgens hem was slavernij een economisch fenomeen, en racisme was eerder een gevolg dan de oorzaak ervan. In theologisch opzicht zou je kunnen stellen dat de keuze was gemaakt om Mammon te dienen: de eigen economische belangen gaan voorop, anderen moeten daaraan onderschikken. Protestanten legitimeerde dat door kapitaalaccumulatie, zuinigheid, efficiëntie en rationaliteit te zien als kenmerken van door God uitverkorenen. Niet-uitverkorenen hebben die verstandige eigenschappen niet. Volgens Voetius: zijn 'de Joden ellendige slaven van hebzucht, lust, gulzigheid, trots, leugens, onrechtvaardigheid, haat, afgunst en wraak, en al hun rechtschapenheid is niets anders dan een vleselijk ijver, een afschuwelijke hypocrisie; al hun zogenaamde goede werken zijn blinkende zonden; hun geloof, religie en vroomheid is enkel doen-alsof en een masker voor blindheid, trouweloosheid, atheïsme en epicurisme, afvalligheid, magie en bijgeloof, godslastering en haat tegen God, vleselijke, slaafse en aardse aanbidding.' [Gisbertus Voetius, de Judaismo, DS t. II, 77-124, geciteerd in 'Uitverkoren'p. 89]