We duiken in de heilsgeschiedenis van het volk Israël dat door de Heer uit Egypte, uit het slavenhuis is geleid tot een vrij en nationaal bestaan. Daartoe heeft de Heer hen geroepen en wetten en verordeningen gegeven. Als het volk de Thora trouw zou naleven, zou het in vrijheid leven. Ontrouw zou leiden tot slavernij/verderf.
Bevrijding uit Egypte leidde in Jeremia’s tijd niet tot nederig ontzag voor de Heer, maar nationalistische trots. Men waande zich onaantastbaar. Tegen deze hardnekkige zonde heeft de Heer gewaarschuwd: Ga toch naar Mijn plaats in Silo, daar waar Ik vroeger Mijn Naam heb laten wonen, en zie wat Ik daarmee gedaan heb vanwege de slechtheid van Mijn volk Israël (7:12-15).
De vorsten verlangden naar welzijn, maar ten koste van anderen. Zij hadden de vrijheid gestolen van de armen, wezen en weduwen. Slaven die in vrijheid moesten worden gesteld, werden in strijd met de Thora (sabbatsregels) opnieuw tot slaaf gemaakt (lezen Jer. 34:1-14). Daarmee ontnamen zij de medemens hun bestaansrecht. Zo werd Israël, dat als blauwdruk voor de wereld moest dienen, een onderdrukkend koninkrijk – gelijk aan Egypte, terug bij af.
Jeremia klaagt dus een valse samenleving aan. De reactie? Jeremia moest dood, want hij brengt de natie in gevaar – dat is wat de elite riep (38:4). Hij zou vandaag ongetwijfeld voor antisemiet worden uitgescholden. Ook Jezus moest dood omdat Hij de natie in gevaar bracht. Hij werd ‘demonische Samaritaan’ genoemd (Joh. 8:48) – vandaag een soort ‘terroristische moslim.’ Gods Naam werd erbij gehaald: “wij hebben de tempel van de Heere” (zie 7:4). Maar of men nu de tempel, kerk of synagoge claimt, God laat zich niet misbruiken. Hij houdt niet voor onschuldig wie Zijn naam misbruikt.
Het boekje knipt uit Jer.38:1-13 en 39:15-18 en plakt het als volgt: “Geen put zo diep, of Gods hand reikt nog dieper”. Die reddende hand reikt wel naar Jeremia, maar niet naar koning Zedekia die zich door de elite liet meesleuren. Kennelijk mocht u verzen 39:1-14 niet zien, passen die niet in het beeld van God als lieve teddybeer? Het volk werd getroffen door Gods oordelende hand. Het spijt me, maar boodschap is niet “God zal u wel redden, hoe diep die put ook is”. Nee, het is vooral: denk niet dat je veilig bent als je vertrouwen stelt in vorsten, politieke macht of jezelf in plaats van de Heer.
Men kan zich bedriegen met een valse hoop en vleselijke inbeelding dat God hen gunstig gezind is (Deut. 29:19; Job 8:13-14; Mic. 3:11). Wie de Heer gunstig wil zijn, zal onrecht moeten keren in recht, armen niet verdrukken maar zegenen, op moeten komen voor wees en vreemdeling. Evenals die Afrikaanse buitenlander Ebed-Melech - die had wel moed en redde Jeremia, dus werd hij zelf gered. Maar wie mensen onrechtmatig in ballingschap houdt moet zelf in ballingschap gaan. Een nieuwe exodus vindt plaats: de rijke vorsten vergaan, en de armen worden gezegend – die laatsten ontvingen wijngaarden en akkers (Jer. 39:10).
Volgen we Christus of de elite? Ook wij zullen een keuze moeten maken. Wees moedig!