Welkom bij Farzandeli

Farzandeli wil gelovigen toerusten voor Gods Koninkrijk door middel van onderzoek, publicatie en onderwijs vanuit post-koloniale Bijbelse exegese.


De Schrift leert dat verlossing niet losgemaakt mag worden van herinnering. Israël moest voortdurend terugdenken
 aan de slavernij, niet om in slachtoffer-denken te blijven zitten, maar om het beloofde land te verstaan als het tegenovergestelde van Egypte. Het Bijbelse Egypte fungeert namelijk als het anti-land, het anti-rijk, een maatschappij van onderdrukking, dwangarbeid en de-humanisering. Hetzelfde geldt voor Babylon, Rome en andere koloniale rijken; zij dienen als negatief spiegelbeeld van Gods Koninkrijk. Israël moest daarom liturgisch, maatschappelijk en moreel blijven herinneren. In gehoorzaamheid hieraan proberen wij ook een herinneringscultuur in stand te houden.

 

  • Exodus 13:3
    “Gedenk deze dag… want met sterke hand heeft de HEERE u uit Egypte uitgeleid.”

  • Deuteronomium 5:15
    “Gedenk dat u slaaf geweest bent in het land Egypte… daarom gebiedt de HEERE u de sabbatdag te houden.”

  • Deuteronomium 15:15
    “Gij zult gedenken dat gij slaaf geweest zijt… daarom gebied Ik u dit heden.”

  • Deuteronomium 16:12
    “Gedenk dat gij slaaf geweest zijt in Egypte; onderhoud daarom deze verordeningen.”

  • Deuteronomium 24:18
    “Gedenk dat gij slaaf geweest zijt in Egypte en dat de HEERE u vandaar heeft verlost.”

  • Deuteronomium 24:22
    “Gedenk dat gij slaaf geweest zijt… daarom gebied Ik u deze zaak te doen.”


Elke keer wanneer sociale rechtvaardigheid wordt geboden (zorg voor armen, vreemdelingen, weduwen), wordt herinnering aan Egypte als motivatie toegevoegd. 
Egypte staat op deze manier model voor wat het beloofde land niet is:

  • Deuteronomium 6:21, 23
    “Wij waren slaven van de farao… maar Hij leidde ons uit… om ons te brengen in dit land.”

  • Deuteronomium 17:16
    De koning mag niet terugkeren naar Egypte — symbolisch: niet terug naar het systeem van onderdrukking.

  • Leviticus 18:3
    “U mag niet doen naar de daden van het land Egypte waarin u gewoond hebt.”
    → Egypte dient als ethische antithese.

  • Leviticus 26:13
    “Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypte heeft uitgevoerd… en uw juk heb doen wegbreken.” 


Ook sociale wetgeving wordt direct gekoppeld aan de herinnering van het slavernijverleden:

  • Exodus 22:21
    “Vreemdelingen zult u niet uitbuiten… want u bent zelf vreemdelingen in Egypte geweest.”

  • Exodus 23:9
    “Onderdrukt de vreemdeling niet… want u kent het gemoed van een vreemdeling, omdat u vreemdelingen bent geweest in Egypte.”

  • Leviticus 19:34
    “De vreemdeling… gij zult hem liefhebben als uzelf; want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypte.”


De liturgische momenten zijn eveneens zo ingericht, niet om zomaar een ritueel te doen, maar als pedagogisch middel:

  • Pesach: Exodus 12:24–27: de maaltijd dient als jaarlijks herinneringsritueel.

  • Feest van de Ongezuurde Broden: Deut. 16:3: “opdat gij zult gedenken de dag dat gij uit Egypte gingt.”

  • Bekentenis bij de eerstelingen: Deut. 26:5–9: de aanbidder belijdt liturgisch de geschiedenis: “Mijn vader was een zwervende Arameeër…” → eindigend bij de verlossing uit Egypte.


Ook de profeten riepen de herinnering steeds opnieuw op:

  • Amos 2:10
    “Ik heb u uit Egypte doen optrekken…”

  • Hosea 11:1
    “Uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.”

  • Micha 6:4
    “Ik hebt u uit Egypte geleid…”

  • Jeremia 11:4
    “Ik heb hen uit Egypte geleid, uit de ijzeroven.


Het Koninkrijk van God gaat alleen vooruit als van het slavernijverleden geleerd kan worden.

"De Bijbel is geen religieus advies, maar een testament:
levend, bindend en eeuwig geldig."

Rachaad Farzand Ali